30-10-16

SCHOON SCHIP NR 3 / 2016

Inhoud nr 3 - 2016.pdf

 

cover nr 3 - 2016.jpg

11:44 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-07-16

SCHOON SCHIP NR 2 / 2016

Inhoud nr 2 - 2016.pdf

Cover nr 2 - 2016.jpg

17:54 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-04-16

SCHOON SCHIP NR 1 / 2016

Inhoud nr 1 -2016.pdf

cover nr 1-2016.jpg

11:04 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-12-15

SCHOON SCHIP NR 4 / 2015

Inhoud nr 4 - 2015.pdf

Cover 4 - 2015.jpg

14:31 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-10-15

SCHOON SCHIP NR 3 / 2015

Inhoud nr 3 - 2015.pdf

Cover nr 3 - 2015.jpg

09:01 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-07-15

SCHOON SCHIP NR 2 / 2015

Inhoud nr 2 - 2015.pdf

Cover nr 2 - 2015.jpg

10:16 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

31-03-15

SCHOON SCHIP NR 1 / 2015

Inhoud nr 1 - 2015.pdf

Cover nr 1 - 2015.jpg

09:45 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-01-15

Wassily's Frisbee

Uit een recent nummer, de rubriek ‘Wassily’s Frisbee’.

Hierin behandelt Margrethe Venema telkens een thema.

Wassily's Frisbee.pdf

11:46 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-12-14

SCHOON SCHIP NR 4 / 2014

Inhoud nr 4 - 2014.pdf

Cover nr 4.jpg

16:46 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

SCHOON SCHIP NR 3 / 2014

Inhoud nr 3 - 2014.pdf

cover nr 3.jpg

16:43 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

31-08-14

SCHOON SCHIP NR 2 / 2014

Inhoud nr 2 - 2014.pdf

Cover nr 2 - 014.jpg

14:51 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-03-14

SCHOON SCHIP NR 1 / 2014

Inhoud nr 1 - 2014.pdfCover 1 - 2014.jpg

10:21 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-12-13

SCHOON SCHIP NR 4 / 2013

Cover nr 4 - 2013.jpgInhoud nr 4 - 2013.pdf

17:05 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-10-13

SCHOON SCHIP NR 3 / 2013

Cover nr 3 - 2013.jpgInhoudnr 3 - 2013.pdf

 

16:53 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-06-13

SCHOON SCHIP NR 2 / 2013

Cover nr 2 - 2013.jpgInhoud nr 2 - 2013.pdf

18:23 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-03-13

SCHOON SCHIP NR 1 / 2013

cover nr 1 - 2013.jpg

Inhoud nr 1 - 2013.pdf

16:28 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-12-12

SCHOON SCHIP NR 4 / 2012

Cover nr 4-2012.jpgInhoud nr 4-2012.pdf

18:28 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-09-12

SCHOON SCHIP NR 3 / 2012

Cover nr 3 -2012.jpgInhoud nr 3 - 2012.pdf

16:08 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-06-12

SCHOON SCHIP NR 2 / 2012

Cover nr2 2012.jpg.jpg

 

Inhoud nr2-2012.pdf

15:26 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-05-12

SCHOON SCHIP NR 1 / 2012

SchoonSchipnr2.jpg_0001.jpgSchoonSchipnr2.jpg_0002.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15:26 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-12-11

SCHOON SCHIP NR 4 / 2011

nr4-2011.jpg.jpg

Bijzondere aandacht voor Wassily's frisbee.

Voor meer info; www.margrethevenema.nl

 

15:17 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-09-11

SCHOON SCHIP NR 3 / 2011

cover nr 3_0001.jpg

 Gorcumse literatuurprijs20102011.pdf                                                             Inhoud nr 3.pdf

16:42 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-05-11

SCHOON SCHIP NR 2 / 2011

cover nr2.jpg.jpg

inhoud nr2.pdf

 

Gorcumse literatuurprijs20102011.pdf

 

Poëzie, selectie uit jaargang 2009

 

Nazomer
 
Vanochtend stond ik alweer
bij het koperkleurig graan,
halmen wiegden droefgeestig
in de regen, een hond blafte
naar de bliksem in de verte.

 
Het enige verschil met eeuwen geleden
is het voorbijrazen van een trein
door de stilte van de waddenkust.
 
De zomer is opgegaan aan
kleine gebeurtenissen, intermezzo's,
vogelnesten, ontbijt in de tuin,
wat gereis heen en weer.
 
Ik vond nog een spoor terug
naar het verleden dat als een stroompje
onderin een dal voortkabbelt,
soms springen kleine vissen omhoog.
 
Af en toe stond ik deze zomer
als een verdwaalde op de rooilijn
van de tijd om me heen te kijken,
of ik nog iets of iemand zag
of dat iemand mij zou zien.
 
Hannie Rouweler
 
(uit 'In de branding van de dag')
 
 
 
Onderaards vertier
(lijn vier R'dam)
 
I
Ik sta,
vind houvast
aan een paal
en lees de instructies
op een deur die
toegang geeft
aan onbevoegden
 
24 zitplaatsen,
een ijsco met
een streep erdoor.
 
II
Hoofddoek, hoofddoek,
student, junk, hoofddoek,
havenarbeider, concertganger,
hoofddoek, hoofddoek,
Surinamer, Surinamer met kind,
Pakistaan, Chinees, Japanner,
hoer, havenarbeider, pooier, nicht,
een straatmuzikant en een oud wijf
 
en niemand at ijs.
 
Jan Holtman
 
 
 
In de schemering
vallen de schaduwen weg
onder de mensen.
 
**
 
Zo in de regen
is de rivier oeverloos:
slechts pletsend water.
 
**
 
Een pen op papier
om een lijn uit te zetten
in een wit landschap.
 
Hans Kilian
 
 
 
Kerk van Sao Jorge
 
Vanuit de stille strobistro
kijk ik langs de dorpskerk
naar omhoog.
De portalen treffen mij,
de tijdloosheid kaal,
zo zuiver afgestemd,
steun voor elkaar.
 
De palmen op het plein daarvoor,
ze staan daar en ze zwaaien maar.
 
Ik zit tusssen bloemen
aan een stalen tafelblad.
Roer uiterst stil mijn koffie.
Qua beweging is het dat.
 
Harry M.P. van de Vijfeijke
 
 
Aan een dichter
 
Je blijft niet. Van wat je opschreef
rest soms een vogelresumé,
een oproep om meer natuur.
Je orakelde als door een vuur ontstoken,
een felle wind ontvouwde
je dunne vlindervleugels.
 
Er blijft niets over van je taal
die onderduikt en wegzinkt
in het zand.
In jouw plaats nog slechts gekras,
triomfkreet van de kraaien,
eentonig galmt het over de velden
waar de stormen razen.
 
Francis De Preter
 
 
 
Tijdmeting
 
De wolken zullen nog scheuren moeten
en wij daarachter fonkelen als sterren
voor we verbrozen in een ballroom
op de teloorgang van de tango
 
we zullen ons nog een bestaanszin toedichten
onze ouders meedragen, hun huizen ruimen
kinderen ontsluiten uit ons hijgen en leren
leeg en ontdaan te zijn in zomers
 
wie we liefhebben nu, staan dan ingelijst
of sluimeren in de geheimen van zolders
op hun graven zullen we eenmaal omzien
en andermaal ons een roes indrinken
 
Dit alles zal in een tijdsspanne zijn
die almaar zich verengt
 
Job Degenaar
 
(uit 'Huisbroei', Thomas Rap, Amsterdam)
 
 
 
Vertroosting der dingen
 
Pen penseel palet
met werktuigen leeft het leven
en dan dat laatste rood
het kleinste penseel
minuten
voor de vunzige vale dood
 
voor de kleuren
grijs voor de polderlucht
wit voor duiven op de vlucht
smaragdgroen voor boom en bos
vermiljoen, karmozijn, scharlaken
voor lust, verlangen, blos en
het wemelend vuur
Napels geel voor de trui die 'k droeg
en blauw
voor 't waterig gemoed
Sienna, oker, verbrande aarde
voor woestijn en zand
 
en dan de geur van verf
& terpentijn
ik heb me aan al dat
verbrand
 
zo schrijf ik
met verschroeide hand
 
Annmarie Sauer
 
 
 
Winternamiddag
 
Het stille water van de winter is
dun als gedachten kunnen zijn. Ik loop
de sloten langs. Bedenk hoe groot
geluk kan zijn als je je niet vergist
 
in tijd. Zo wijd het oude achterland
dat ik vertrouw. Tot plotseling een
verre reiger traag en dreigend daalt.
Later staat hij uitgeknipt tegen de
 
hemel en blijft in mijn gedachten staan.
Maar ook ineens ikzelf over nog twintig
jaar. Tientallen beelden schuiven in elkaar
en weer uiteen. Ik loop ontdaan
 
de polders door. Thuis vouw ik mijn verdriet
zo klein ik kan. Jij lacht en weet het niet.
 
Johanna Kruit
 
(Uit 'Voorheen te Orisande', Thomas Rap, Amsterdam)
 
 
 
De hypocrieten van de nacht
 
Overdag gedragen zij zich als de IJsheiligen zelf:
Zij verkopen vanille en framboos
aan scholieren met reeds valse gebitten
(een veel voorkomend gevolg van het werkelijkheidsonderricht).
 
Soms stoppen zij een splinter glas in een ijsje
om het spannend te houden.
Zij lachen met louter o's.
 
Badkamers schilderen zij schimmelgroen
en hun blote voeten verven zij in het karmijnrood
van boutique Vénérique.
 
Maar 's avonds voor de spiegel
kalft hun biggenglimlach af.
Wanneer zij zichzelf in tabbaard toelachen
worden zij soms een beetje ongerust.
 
Kristiaan Geerts

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11:21 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-11-10

Schoon Schip nr 4 / 2010

 

Kortverhalen van Joris Denoo, François Vermeulen, Hans Kilian, Pauline van der Lans, Achilles Cools.

Gedichten van Jan Visser, Jan Vissers, Jan Holtman, Laura van Meijeren, Jacqueline Beaugé-Rosier (vertaling Christina Guirlande), Gerrit Pleiter, Harry M.P. Van de Vijfeijke, Johan van den Berg, Geert Loman, H. Tersted, Mark Meekers, Floor Deroo, Frans H. Venema.

Geschiedkundig werk van Raymond ten Berge, de nieuwe rubriek Wassily's frisbee onder de vleugels van Margrethe Venema (later meer daarover), Alfred Krans over de Italiaans-joodse schrijver Giorgio Bassani, Henk Plenter anekdotisch over goede wil (en onwil?), toevalligheden (of niet) en het tot stand komen van het standbeeld van Multatuli.

Beeldende kunst: Ellen de Jong over Yvonne Visser, Ad Breedveld over tatoeages

 

 Twee reisimpressies van Annmarie Sauer die eerder in het gedrukte tijdschrift verschenen:

 

Kigali

 Weer Afrika, nu niet meer mijn jonger zelf. Schoonheid en kracht slijten stilaan. Ongemakkelijke nachtvluchten leiden tot pijn. Overstappen in Nairobi: duwen en dringen, het rumoer, de kleur en geur van een drukke marktdag op de luchthaven. Gebedsplaatsen voor wie verlossing of inkeer nodig heeft, anderen slapen op de grond in de gang. Vrouwen zitten er met fleurige dekens – trots en mooi in hun aanvaarde vermoeidheid, privé in de openbare ruimte. Opschriften in talen en alfabetten die ik niet ken. Zo word ik ontheemd, onthecht. Zo ontstaat de andere blik, de reflectie van wijsheid in de ogen van een ander.

Kigali, een stad van één miljoen inwoners waarvan er net als president Paul Kagame vijfhonderdduizend uit ballingschap terugkeerden. Op dertien jaar tijd staan het Frans en het Engels als voertaal plots op gelijke voet.

De ‘Mille Collines’, groen gevlekt zijn ze, uitbundig groen van maïs en maniok, maar zonder reusachtige bomen van tropisch hardhout. Het paradijselijke land is volgebouwd en die bouwsels gedekt, verstopt achter, onder bananenbomen. Dat is Kigali de hoofdstad die geen stad is en waarvan ik het centrum maar niet kan vinden. Treurige wolken en tropische regenbuien over de duizend heuvels van Rwanda in ‘la petite saison de pluie’, waarin alles in een kleine melancholie lijkt gedrenkt. De grote regens beginnen in april, net als de diepe weemoed van dit land op 7 april in 1994 toen de genocide begon. Een jonge man op krukken heeft maar één been. Verloor hij het in de hondsdolle honderd dagen van meer dan één miljoen doden? Een oude man loopt over een veldje met een oude, veel gebruikte machete, waarvoor gebruikt door welke hand, werktuig of wapen, of door iemand bebloed achtergelaten en toch maar gebruikt? Overal in ieders hand, jongens, mannen, vrouwen. Huiver en ontzetting sluipen door dit land van ‘Radio Mille Collines’ en ‘Hotel Rwanda’. Ik ben ‘la belle vieille’ en heb het geluk te leven ondanks dat ik de zevenenveertig allang voorbij ben. Vijf jaar geleden werden vrouwen hier nauwelijks achtendertig jaar.

Vogels veelkleurig en kinderen met kleren gebruind door aarde en groen, zoveel groen ondanks het feit dat elke bult, elke hoop op elke heuvel samenvloeiend tot golvende heuvels, toch helemaal is volgebouwd. De veldjes putten zich uit in verdigris tot eucalyptus en bananengroen in de vruchtbare rode aarde. Een oude vrouw voor haar huis kijkt ons aan met een machete naar ons gericht. Waar staat ze voor? Is haar aarde rood van bloed en geeft zij onze westerse huid de schuld aan vooroordeel en gebrek aan inzicht, aan niet ingrijpen? Leerden wij hen machtshonger, arrogantie en hebzucht die tot geweersalvo’s leidden en het druipend bloed?

Het is een mooi land: giraffen en zebra’s, weefvogels, gapende nijlpaarden... Ik heb het allemaal gezien – maar het hart van deze stad blijft onvindbaar. Er heerst officieel optimisme, maar de taxichauffeurs zijn ingekeerd en zwijgzaam. Zou ik kunnen logeren in ‘Hotel Mille Collines’ waar het ene leven werd gered en het andere niet, zomaar. Ik denk aan de kinderen die tussen januari en maart werden geboren in 1995, in wanhoop, uit liefde of verkrachting verwekt, opnieuw en opnieuw. Wat een levenslast.

Ja, ja het land is paradijselijk mooi, liefelijk, terughoudend, vriendelijk. Je kan er aan toerisme doen als je wil. Maar vermijdt dan ‘les saisons de pluie’. Hun gebroken wolken breken je hart. De lagen van mogelijke betekenis laten je niet los in deze achteloze toevalligheid van leven, waarin niemand zoveel heeft dat hij niets nodig heeft en niemand zo arm dat hij niets te geven heeft en waar vooral niemand onkwetsbaar is.

 

 

Marseille

Er is geen betere manier om door Europa te reizen dan met de trein. Het eerste stuk is het lastigst: om naar Brussel te gaan neem ik altijd extra reserve om de verbinding zeker niet te missen. In Brussel vertrek je om 9 uur 25 en om vijf over drie kom je Marseille binnen gereden nadat je heel Frankrijk van noord naar zuid doorkruiste. De velden die voorbij glijden herinneren mij eraan dat Frankrijk nog steeds de grootste landbouwproducent is van Europa. Hoe verder naar het zuiden, des te mooier, ronder en kronkelend wordt het landschap. Marseille is een stad aan de zee, een wonderbaarlijke stad met zeilboten van één tot drie masten, katamaranen en jachten. Er zijn meer dan 3700 ligplaatsen voor de pleziervaart en ontelbare kleine sloepjes, die pointu worden genoemd, om in het eigen levensonderhoud te voorzien. Elke ochtend is er een kleine vismarkt op de kade waar de vissers de vangst van de vorige nacht aanbieden. Ik herken, makreel, dorade, inktvis en calamares. De ansjovis is zo zeldzaam dit jaar dat de vissers beslisten er niet meer op te vissen uit vrees dat dit zo gegeerde product uit de zee zou verdwijnen.

De stad rond het water is heuvelachtig en op elke grotere heuvel werd een kerk gebouwd. De stad staat onder de bescherming van “De goede Moeder van de Zee”, La Bonne Mère, wiens gouden standbeeld ’s nachts verlicht is; je ziet het kilometers ver. Er zijn een paar super welvarende, stinkend rijke buurten, maar veruit interessanter zijn de oude volksbuurten waar de arbeiders en arbeidsters wonen. Er is een grote vraag naar appartementen met een uitzicht en die worden aan familie of vrienden doorgegeven als iemand om één of andere reden zo’n magische plek verlaat.

De dag dat ik dit schrijf, is de staking van het openbaar vervoer aan zijn zestiende dag. Iedereen wandelt dus overal naar toe. Uit angst voor de files laten de meeste mensen hun auto gewoon thuis. Dit verleent de stad een vredig, langzaam ritme, in het late warme oktoberlicht. De kleine straatjes voorbij de Rue de Rome verrassen, voeren je naar een ander niveau, een ander continent. Dit is Noord-Afrika. Het is niet nodig de grote hoge veerboot te nemen die in het dok ligt, achter de versterkte kerk St. Jean, om vandaar naar Algerije te vertrekken en een soek op te zoeken en de geuren te leren kennen van deze verweg kruiden. Je vindt het hier allemaal. Ik kocht verschillende soorten Rash el Haroun kruiden, de hele kruiden mengeling nodig voor een perfecte couscous. Je ziet kaneel, komijn, karwij, kardemom, koriander, vurige peper en munt en zoveel andere kruiden zonder naam die allemaal nog moeten fijngemaakt worden met stamper en vijzel. De mensen zijn open en vriendelijk, bereid te praten, te helpen als je in de steegje verdwaalt of niet weet waarvoor welke specerijen dienen. Het is Ramadan. Niet moslim, heb ik ontbeten en geluncht. De mensen die hier werken, draven en dragen mogen niet eten, roken, de liefde bedrijven tussen zonsopgang en zonsondergang. Zij mogen niet drinken en zelfs hun speeksel niet inslikken; daarom zie je hen soms spuwen. Dat is knap lastig, vooral met het zware werk zonder eten. Tegelijk is het een vreedzaam feestelijke periode.

Marseille heeft meer dan 16 kilometer kustlijn. In het oude stadscentrum is de zee werkelijk aanwezig, nodigt je uit langs het water te wandelen. De zee en de mensen die naar haar staan te kijken of in grote stappen haar diep inademen zijn totaal onbewust van mijn aanwezigheid. De man in het blauwe pak, dat in de wind om hem heen fladdert, staart hard – zie ik verlangen naar de overkant, naar Afrika? Een jonge zwarte man oefent op zijn harmonica, dezelfde korte frase, steeds opnieuw tot hij het juiste timbre en toon gevonden heeft. Mensen vissen op alles wat eetbaar is en wil bijten. Er is geen visvergunning nodig om in de stad te vissen. Oude vrouwen zuigen de laatste herfstzon op en andere lezen. Twee mensen in een skiff roeien tegen de wind. Waar het getij en de wind botsen is het water verstoord.

Het voedsel in deze Levantijnse stad is zinnelijk: verse vis, Tajines, lamstoverij gloedheet in mooi aardewerk rijk en rond in de mond, of groenten gesmoord in warme geuren. De salades hebben een volle smaak en de juiste tekstuur van levend voedsel: kraakverse blaadjes, vaste rijpe tomaten en natuurlijk zijn er de desserten van het Midden-Oosten: engelenhaar druipend van honing, gebak gevuld met amandel pasta, anijs, pistachios, kaneel...

Natuurlijk kan je kiezen voor een tijdreis en museums bezoeken zoals het recent gerestaureerde La Vieille Charité. Je kan struinen langs de Canebière, genoemd naar de zware hennep meertouwen die daar gemaakt werden. Je kan kastelen en kerken bezoeken en als de openbaar vervoer staking ooit over is, kan je met de bus naar wondermooie openbare stranden of de veerboot nemen naar nabijgelegen eilanden. La Calanque is de steile kalkstenen kustlijn die in Noorwegen fjorden worden genoemd en hier bekend staan als vallons: kleine inhammen waarin een paar vissersbootjes aangemeerd liggen en cabanes, optrekjes die zonder rijm of reden of regelgeving her en der gebouwd werden in een liefelijke chaos die mijn hart beroert terwijl de geur van de zee, de witte rotsen en het geluid van de branding dit alles omkadert.

Is dit het paradijs? Bijna. Als er gestaakt wordt, is er een reden waarom mensen ontevreden zijn: het openbaar vervoer wil men gaan privatiseren waardoor zeer velen hun hardnodige job verliezen. Er is ook een probleem met een verbrandingsoven die gepland wordt en die zonder enige twijfel 8% meer kankergevallen zal opleveren door de vervuilde verbrandingsgassen.

Amerikanen hebben een speciale band met Marseille. De oude, grandioze appartementsgebouwen uit de XVIII de eeuw, ontworpen door Haussman die ook instond voor de urbanisatieplannen van Parijs, werden opgekocht door een Amerikaans pensioenfonds en worden in hun oude glorie hersteld. Dat is op zich uitstekend maar verandert wel de bewoning van buurt. Het centrum was een volkswijk met mensen met lage inkomens die nu zullen moeten verhuizen omdat de huur van de vernieuwde appartementen voor hen te hoog is. De yuppificatie is begonnen. Dit zou het sociale weefsel van de stad waar buren elkaar nu nog kennen en uit de nood helpen, kunnen beschadigen. Bovendien is er een indiaanse connectie: Charging Elk, deelnemer aan de Buffalo Bill show werd hier vreselijk ziek. Je kan het verhaal nalezen in The Heartsong of Charging Elk door James Welch en dan kan je het Marseille uit de vorige eeuw ontdekken door de ogen van iemand die geïsoleerd is en verbaasd over wat hij ziet.

Had ik een prettig verlof? Nee hoor, ik werkte er een week en had het geluk dat ik werd uitgenodigd door een vriendin en collega om te logeren in haar knusse appartement met uitzicht op de meeuwen die dansen op de wind boven de zeilboten in de haven en op de verlichte Bonne Mère. Wat ik zag en beleefde was op weg van en naar het werk. Deze stad verbergt nog vele geheimen, we zijn al vrienden, maar echte intimiteit daarvoor is meer tijd nodig.

In het Arabisch: Chukran, thanks for small graces

 

Annmarie Sauer werd geboren in de Verenigde Staten en groeide op in Europa. Ze voelt zich een nomade. Ze reist veel, en verblijft al sinds 1991 jaarlijks minstens tien weken in Chloride, Arizona. Maar ook bestemmingen waar ze nooit eerder was zoekt ze graag op. Gedichten van haar hand verschenen in verschillende bloemlezingen en literaire tijdschriften. Bij Ampersand & Tilde verscheen Met rode inkt,  een bloemlezing uit poëzie van Noord-Amerikaanse indianen.

19:54 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-08-10

Schoon Schip nr 3 / 2010

 

Victoria Rojas Milesi met een impressie over de aardbevingen in Chili, Bernard Schut ziet 'Mexico door Nederlandse ogen', Ellen de Jong bezoekt Bernard Dewulf (winnaar van de Libris Literatuurprijs 2010), Thierry Deleu bespreekt de bundel 'Wolken en ankers' van Hannie Rouweler, Raymond ten Berge licht een sluier op over 'Margaretha in Lieshorn'.

Gedichten van Denizé Lauture (vertaling Christina Guirlande), Anna de Bruyckere, Johanna Kruit, Catharina Boer, Jan Visser, Guy Commerman, Gronama, Deen Engels, Cleynhens Robert, Bote de Jong.

Verhalen van Lenny Peeters, René Hooyberghs, Harm Stapert, Niels Hav, Frans H. Venema.

Beeldende kunst van Suzanne De Bie, Pierre-Pol Lecouturier, Alfred Krans, Ad Breedveld.

Cover van Georgette van Noppen.

  

DE BELIJDENIS VAN DE STILTE

En in dat oneindige land, waar hij zoveel van hield, stond hij geheel alleen.” (Camus)

Ik loop langs het strand van de Stille Oceaan, er is niemand op het strand, wat vogels langs de vloedlijn, wat meeuwen in de lucht. De avond tevoren heb ik voor mijn ogen iemand zien vermoorden. De stilte die vroege ochtend is overweldigend.

Een zelfde ervaring heb ik in Joegoslavië, ergens langs de autoput. Het is begin jaren zestig, de aardbeving bij Skopje heeft zojuist plaatsgevonden, en we zijn op weg naar Griekenland. De rit duurt lang, extra lang omdat we van de toch al niet zo beste weg worden omgeleid over secundaire wegen, en het is bloedwarm. Wanneer je uren achtereen autorijdt, raak je in een soort roes, geïsoleerd van de wereld om je heen. Er zijn teveel beelden die voorbij flitsen en er is teveel lawaai. We besluiten om een kleine pauze te houden. Het is de tijd van de siësta en er zijn weinig auto’s te bekennen. We stoppen bij een kleine parkeerplaats langs de weg en we stappen zwijgend uit, duizelig van de rit en door de hitte, die als een moker op ons neerkomt.

Toen hoorde ik bij de rivier, die ik in de verte door het land zag stromen, het enkele geluid van een fluit. Een schaapherder bij zijn kudde. Het aarzelende, breekbare geluid van een fluit. Zó subtiel. Voor een moment ben je geheel alleen en ervaar je de stilte.

Camus heeft een verhaal geschreven over een overspelige vrouw, waarin het overspel eruit bestaat dat de vrouw ’s avonds haar hotel verlaat en een dergelijke natuurervaring beleeft als ik hierboven beschreef. Het verhaal speelt in het Atlasgebergte.

Je moet misschien ver gaan om een plek te vinden waar het volledig stil is. De zee, de randen van een continent, de bergen, de steppen (om ’t krijschen van mijn lust zal zich geen reiger reppen, Slauerhoff), de woestijn. Stilte, zoals duisternis en ruimte of leegte, wordt een schaars artikel.

Ik lig op mijn rug naast mijn tent in de Namibian desert, het kampvuur brandt, en ik kijk omhoog naar de ontelbaar vele sterren die flonkeren als diamanten in de donkerblauwe sterrenhemel, de stilte ruist, een enkele keer onderbroken door het geluid van een wild dier.

 

FRISIA NON CANTAT

Vroeger werd er nog gezongen, in huis en op straat. Toen ik op de middelbare school zat, had ik een wiskundeleraar die vlak bij school woonde. Vaak liep hij luidkeels zingend naar school. Helemaal gewoon vonden de mensen dat niet, maar echt gek, dat toch ook weer niet.

Nog vroeger, toen ik nog op de lagere school zat, de jaren veertig van de vorige eeuw was dat, had je nog straatzangers. Wij woonden in Den Haag op de derde verdieping. Mijn moeder mikte dan als dank uit het raam een muntstukje naar beneden. Meestal was de man beneden op straat behendig genoeg om het op te vangen. Miste hij dan liep hij mopperend verder.

Ook bij ons thuis werd vaak gezongen. Mijn vader had een mooie stem en wilde dat graag weten.

Als kinderen zongen wij ook zelf en zeker ook op straat. Hoe zou ik anders nog straatliedjes uit mijn hoofd kennen? Op school leerde je die niet en thuis waren ze verboden. Een ervan wil ik hier maar vastleggen, het zou immers zonde zijn als deze pure volkspoëzie verloren ging.

De eerste was een jongen

De tweede was een meid

De derde kon niet lopen

En de vierde had geen tijd

De vijfde was te mager

De zesde was te dik

En de zevende had de benen

Van de achtste ingeslik(t).

 

Gevolgd door het alom bekende

Ouwe taaie jippie, jippie, jeeheehee

Ouwe taaie jippie, jippie, jee

Ouwe taaie jippi, jippie, jeeheehee

Ouwe taaie jippie, jippie, jee.

Niet echt een verrassende tekst natuurlijk, maar wel een aardige meezinger. Het gebruik van herhaling, maar dan het ritmisch gedreun, is trouwens ook een kenmerk van veel popmuziek . En het is eveneens een kenmerk van klassieke muziek, de symfonie Aus der neuen Welt van Dvorak om één voorbeeld te geven, maar er zijn er talloze te noemen. Dit echter terzijde.

Het duurde daarna tot de militaire diensttijd voor er weer eens uit volle borst gezongen kon worden. Natuurlijk vooral drinkliederen. Een genre dat, mits in de middeleeuwen geschreven, tot de literatuur wordt gerekend.

Hee, laat ons drinken en klinken,

en laat ons maken de dubbele haan,

mijn keeltje moet wijntjes drinken,

al zouden mijn voeten barrevoets gaan.

En niet alleen tot de Nederlandse literatuur, ook bijvoorbeeld de bundel Carmina Burana uit de twaalfde eeuw bevat kroegliedjes:

’t Staat geschreven dat ik eens

sterf in de taveerne,

aan mijn mond een beker wijn,

op mijn knie een deerne…

Dat waren nog eens tijden!

Vooral tijdens lange marsen werd er gezongen. Het bekendere Twee glaasjes jenever, die keken de jager aan naast het minder bekende maar minstens zo sterke Ben je besodemieterd Jan, je komt er vanavond niet meer an. Let wel, een drinklied.

Ik herinner me uit mijn diensttijd ook nog een merkwaardig rebels lied met de regels

…maar eenmaal komt de dag

dat ik het leger zal verlaten,

vervloekt zij ’t regiment,

lang leve de soldaten …

Op straat hoor je eigenlijk zelden meer zingen. Zelfs fluiten wordt zeldzaam. Wanneer je het hoort, kijk je verbaasd om: hoorde ik echt iemand zingen, floot daar werkelijk iemand? Op een bouwplaats hoor je nog wel eens een bouwvakker spontaan in een lied uitbarsten. Meestal een paar regels, dan stokt het alweer, rest van de tekst onbekend.

We zijn denk ik domweg minder vrolijk geworden. Te veel haast, te veel lawaai om je heen, te veel ergernis, te veel solisme. En ook al die Engelse songs. Gezongen wordt er alleen nog in de stadions of tijdens de Vierdaagse. En anders moet je naar de kerk of de kroeg.

De Romeinse geschiedschrijver Tacitus wist het al: Frisia non cantat, in Holland daar zingen ze niet.

Bernard Schut

 

 

 

 

18:05 Gepost door François in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-06-10

GORCUMSE LITERATUURWEDSTRIJD 2008-2009

Het thema was 'levenslicht'.

De genomineerden waren, in willekeurige volgorde:

voor de poëzieprijs:
W.A. Fraikin, Amersfoort
Jan Vissers, Assen
Ludo Colman, Sint-Niklaas
Annake Wasscher, Leek
Gerrit Pleiter, Oldebroek
Gronama, Groningen
Rob Boudestein, Hollandscheveld

voor de prozaprijs:
Elke Sannen, Kessel-Lo
Hein van der Schoot, Wezep
Joris Denoo, Heule
Mike Van Acoleyen, Ingelmunster
Eline Paredis, Heverlee
Jan Durk Tuinier, Ede

voor de algemene prijs Gorcum en omstreken:
Sanne Leysen, Gorinchem
Dineke van Gemert, Dordrecht

De winnaars:

Poëzie: Anneke Wasscher
Proza: Mike Van Acoleyen
Gorcum en omstreken: Sanne Leysen

17:48 Gepost door François in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-05-10

Schoon Schip nr 2 / 2010

 
Alfred Krans brengt verslag van een tocht langs boekhandels, antiquariaten en muziekwinkels. Surfen op het internet leverde hem eveneens verrassende resultaten op!
Raymond ten Berge duikt het verleden in en stelt zich de vraag 'Stond een hunenbed in een schuur?', eens te meer een spraakmakende bijdrage met eigenzinnige ideeën en stellingen.
Poëzie is ruimschoots aanwezig: gedichten van Jan Holtman, Francis De Preter, Jolanda Verleg, Astrid Dewancker, Harry M.P. Van de Vijfeijke, Leo van der Sterren, Willem M. Roggeman (vertaling), Karel Wasch, Ad Breedveld, Hans Kilian. Roger Nupie bespreekt de bundel 'Een reis langs rood en wit' van Hannie Rouweler.
Korte verhalen kan u lezen van Bernard Schut, Han Messie en Jaap Versteegh en de rubriek beeldende kunsten wordt ingevuld door Ruud Mast, Ellen de Jong (over Kitty Warnawa en Hesther van Doornum) en Margrethe Venema (over Pepe Gregroire).
Gedachten en notities van Johanna Kruit die betrekking hebben op de uitreiking van de Koninklijke Prijs der Nederlandse letteren 1998.
Marianne Hugaert; het 'Levenslicht langs de Vaart in Assen (foto's).
Waar velen naar uitkijken: de uitslag van de Gorcumse literatuurwedstrijd 2008-2009.

Hoe bestellen en/of abonnee worden vindt u in de rechterkolom.

14:50 Gepost door François in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-04-10

DE DROOM

 

© Margrethe Venema

Ik zou zo graag door ogen willen kijken
vanuit de oudheid over het landschap van geschiedenis
waarin wij noodzakelijkerwijze gevormd zijn
en in het hier en nu met kleurige brillen op onze neus
vergeten zijn hoe de wereld er vroeger uitzag.

Ik zou zo graag met andere ogen willen kijken
vanuit de vergeten visionair, de verdroomde verlichte
vanuit het goddelijk geloof van mijn jeugd,
of vanuit een oude vrouw die op haar leven terugkijkt
niet zo door mij zelf bepaald en liever vanuit de eeuwigheid.
Ik wou dat ik voor altijd nieuw was

Er knaagt voortdurend iets aan mij, namelijk dat ik alleen als ik droom, zie wat ik zou willen zien. Hoewel ik in de loop der tijd veel mooie beelden heb verzameld, irriteert het mij dat ik geen mogelijkheid heb om als god van het universum vanuit vogelvluchtperspectief de wereld te overzien om, zo stel ik mij voor, vervolgens opgelucht in lachen uit te barsten om het voortdurend heen en weer klotsen van ideeën op de golven van de tijd, waarin mensen en massa’s op ontwikkelingen die juist in hun leven de revue passeren, anticiperen.
Sinds ik mijn van god en ouders gegeven geloof kwijt ben, waarin de mens toch al zo nietig was, zie ik pas echt in hoe beperkt de mens is. De behoeftige mens heeft een kader nodig, een bril of soms een koffer vol kijkers, waardoor hij alles wat hij tegenkomt een betekenis in het geheel kan geven, of dat geheel nu de grote wereld is, waarin een individu zich wil profileren of uit een huiskamer en de dagelijkse terugkerende thuiszorg bestaat.
De ouderling had nog zo gezegd dat als je het geloof vaarwel zegt, je wel eens in een zwart gat zou kunnen vallen en mijn wijze vader had mij nog zo gewaarschuwd voor de vervreemding. Ik weet nog dat tijdens de verrukkelijke val van mijn geloof het woord “absurd” geregeld door mijn hoofd banjerde. Hebben wij mensen ideeën nodig om ons tegen de leegte te beschermen, of gaat het hier om de gedachte uit de moderne tijd dat het scheppen van orde in de chaos een existentiële behoefte is? Ideeën of andere invulling; wij moeten ons leven vormgeven.
Misschien streven we er sinds de teloorgang van de grote verhalen naar te kunnen leven zonder vastigheid of laten we ons net als onze voorouders dat ook al deden de zekerheden van het bestaan van buitenaf opleggen door ons op ons werk of gezin te storten, en anders wel in de drank. Misschien voelen we ons pas veilig als wij ons als druppel in de stroom loslaten. De oude filosoof Heracleitos hield ons al voor dat “alles stroomt”, een gedachte die ons postmodernisten wellicht goed van pas kan komen!
Voor een bepaalde tijd in mijn leven heb ik over de schouder van een vijftiger meegekeken die waarheid als een nostalgisch begrip zag. Tot de dag van vandaag wacht hij op een mystieke ervaring, zoals hij die in zijn jonge jaren in de branding van zijn leven beleefd had. Naar zijn zeggen betrof het een onzeglijk groot geluk waarin alles glashelder was en hij met de wereld samenvloeide. Hij vertelde mij dat hij dacht dat hij nu niet open genoeg meer was om iets dergelijks te ervaren en vreesde dat dat met zijn leeftijd te maken had. Aanvankelijk dacht ik dat hij een romanticus was, wat mij in hem aansprak. Later zag ik hem als een realist die zich toestond te dromen om zichzelf zo in stand te kunnen houden. Wij kunnen niet zonder dromen, zei hij.
Een andere vijftiger had het probleem van zijn bestaan opgelost door een kasteel te bouwen als de mosterdboom uit de verbeelding van mijn jeugd, waarin alle vogelen des hemels zich nestelden. Hij hield veel van feesten, maar voelde zich nadien gebroken, alsof er toch iets mis was gegaan. Hij vertelde mij dat hij de ideeën had willen uitsluiten, omdat die alleen maar ruzie opleverden. Ik dacht dat hij een van de vijftigers was die op wereldvrede uit was. In zijn jeugd was er veel gebakkeleid en ging het er nog om je gelijk te halen. Dat, zei hij mij, was net zo slopend geweest als het leven voor louter genot.
Een derde vijftiger in mijn leven vertelde mij over het belang van risico nemen. Hij was van mening dat als je eenmaal ontdekt hebt dat alles onzeker is, je je die onzekerheid maar beter kan toe-eigenen. Hij was een Don Juan, die alles wat hij aan vrouwenarmen ontdekte ook weer losliet. Misschien zocht hij zijn perfecte tegendeel, maar in het besef dat hij iets onmogelijks wenste. Misschien gebruikte hij de elementen als kaatsenballen, waarbij hij het spel tot levensmotto verhief en elke maatschappelijke waarheid met een korreltje zout nam.
Ik dacht dat hij graag wilde uitblinken en dat hij daarom zo trouw de sportschool bezocht.
Voor mij persoonlijk is het een waarheid als een koe dat mensen niet in staat zijn absurditeit te accepteren. Ik geloof niet dat de naakte wereld leefbaar is voor mensen, tenzij je voor altijd zou kunnen vallen. Mensen kleden hun leven hoe dan ook aan en verbergen hun naaktheid angstvallig, zoals Adam en Eva dat ook al deden, toen ze het paradijs achter zich lieten.
Het leven moet hanteerbaar zijn. Aangezien het zonneklaar is dat mensen willen leven, is hanteerbaar in deze misschien hetzelfde als zinvol. De grip verliezen is vermoedelijk het ergste wat een mens overkomen kan. Het is als het grote zwarte gat, waarvoor kinderen gewaarschuwd worden als ze van het rechte spoor af dreigen te gaan, het gat waar je geen bodem in ziet. Gelukkig maar dat je kunt zien wat je wilt als je je ogen dicht doet, ook als je valt. Zalig ben je toch als je je aan een nieuw geloof kan overgeven of in de flow van alledag mee kan reizen.

Het knaagt nog steeds aan mij dat ik alleen als ik droom, zie wat ik zou willen zien.
Ik zie een boom met zijn wortels naakt in een wilde rivier. Het water stroomt wild als mensen in een winkelstraat in december. Ik zit met mijn rug tegen de boom waarin zich vanzelfsprekend vogels en andere kleine dieren nestelen.
Ik heb het beeld niet van mijzelf, maar van de televisie. Het komt uit een programma waarin het leven van de mens in beeld gebracht werd, van foetus tot kind tot volwassene tot oude van dagen. Het beeld waar ik het over heb, kwam van een oude vrouw die vertelde dat ze wilde sterven aan de oever van de rivier waar ze als kind in gezwommen had en heeft zich op mijn netvlies vastgezet. Als ik na een lange dag zwoegen naar huis fiets, kijk ik naar de bomen en kom tot mijzelf. In de lente zie ik het jonge blad en wacht ik gespannen de eerste herfst af waarin zich de zaden massaal verspreiden. In de zomer verbaas ik mij over de volheid van leven, terwijl ik mij in de herfst over de laatste pronk verwonder. Als alle bomen kaal zijn zie ik hun silhouetten tegen de strakke winterhemel en realiseer ik mij hoe zeer zij in de aarde geworteld zijn en wachten op een nieuw begin. Als wij toch eens bomen waren die eens stil konden blijven staan!
Als ik mijn ogen dicht doe is het net alsof de wereld met zwoegen stopt en de wind gaat liggen. De mensen zijn het shoppen zat en gaan naar huis om zich bij de openhaard te verschansen. De kinderen lachen en ik huil inwendig van geluk omdat ik een van hen mag zijn.
Nu zitten wij bij de haard en in de zomer zit ik in het park tegen een boom terwijl de kinderen spelen. Ik zou mijn kinderen willen leren zien hoe onstuimig de rivier stroomt, maar ook hoe de boom zich te midden van de stroom staande weet te houden. Ik hoop dat zij leren te zien hoe wonderlijk alle dingen zijn en hoop dat zij hun ogen daarvoor niet hoeven te sluiten.
Wij zijn onderdeel van een groot mysterie. Op een dag, als je geen pasklare antwoorden meer nodig hebt, zet je je bril af en zal je misschien door de ogen van een oude vrouw kunnen kijken en je geluk beproeven.

17:57 Gepost door François in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-02-10

Schoon Schip nr 1 /2010

 

Zeventiende jaargang!

Beeldende kunst, kortverhaal, poëzie, reisverslag...

Een kortverhaal van Niels Hav (vertaling Jan Baptist), Thierry Deleu bespreekt het boek van Frans Depeuter 'Het verborgen leven van Gerard Walschap', Ellen de Jong in gesprek met de talentvolle jonge kunstenares Elisa Pesapane waarvan we beeldend werk in eerdere nummers terugvinden.

Alfred Krans zet de spots op de Verkuno-kunstenaarsgroep die 10 jaar bestaat, het achterkantgedicht is van Job Degenaar. Beeldend werk van de in Chili geboren fotografe-kunstenares Victoria Rojas Milesi en poëzie van o.a. Chris Van Buggenhout, A.Samad Said (vertaling Tone Brulin), de Ier Brendan Kennelly, Bert Lema.

Verder nog: 'De spiegel van Berlijn', 'Inspiratie voor het vinden van rust', 'Schoorlse dagen'.

 

64 bladzijden op A4 formaat

19:03 Gepost door François in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-02-10

SELECTIE POEZIE JAARGANG 2008

 
 
Blijf nog even

Het moet inkrimpen.
Nauwelijks zichtbaar zijn.
Het kleinste is wat men interesseert.

Men is groot. Men is niemand
met de stem van iedereen.

Het minuscule is wat blijft.
En blijft ontsnappen.
Druppels kwik die uiteenspatten.

Het minuscule blijft als het misschien.
'Wat blijft stichten de dichters,'
zei Hölderlin.

Jannah Loontjens



Volstaan

Dit onthouden:
de melkkleur van haar enkels
verheven boven schuin gesleten
hakken, de krul rond haar scheve mond.

Dit onthouden is vlees, dit zicht
de binnenkant van tijd waarin ik
haar in mij herhaal:

haar hooggehouden nek, haar kleine hand
die jankend het wiel van de Singer joeg.
De sneeuw van haar rug, blootgegeven
door de scherp gesneden snit van haar
japon. Haar bleke krullen op vrijdag gezet.

Ik vertaal mijn blik in wat achterwaarts ligt;
dit schap bijdetijdse muiltjes,
kleine dingen zijn het,
dit rek met zomerjurken;

en ze staat op

haar huid glad als de dichtgevroren
sloot achter ons huis, haar tred licht
over de dichte vijvers in mijn hoofd.

Ze lacht, o kijk, ze lacht.

Om de dooie dood een traan.
Een intercom meldt tasjesdieven.
Iemand stoot mij aan.

Dit volstaat. Het daagt. Het is tijd.
Ik moet gaan.

Margreet Schouwenaar
Stadsdichter Alkmaar



Dierlijk (26 augustus 1997)

Ik voelde mij zo dierlijk, liefste,
Gisteren,

Toen we lijf op lijf
Terug de hemel probeerden te scheppen

Jij wou, en de zacht spinnende kat in jou
Kromde alleen mijn tijgerklauwen

Er was geen licht achter mijn ogen
Liever wou ik een tweezang van woorden

Mijn staal op jouw staal
Mijn woord dat jij pareert

En het zwaard dat in de zon
Blinkend opveert

Annelies Goemans



Het huis dat we zijn

Wat dagen, gespleten, eens
geworteld in magere jaren,
door twijfel gevoed,
sprokkelen wij. Schaven wat

rest, smalle latten bijeen in lint
van herinneringen, het vergane
vervangen tot maakbare hut,

waarin we schuilgaan. We verzachten,
schuren, strelen met tastende hand
en gronden, dat berustend zinkt.

Dit kleuren we in. Egyptisch blauw
bijvoorbeeld, waaronder niets
verradende ogen winnen aan glans.

Het is de kleur waaraan wij hechten,
zo krijgt alles glans,
zelfs de weemoed.

Catharina Boer



Regen

De lucht raakt maar niet leeg
er groeien plassen in de straat
waar eerst nog zonlicht was
komen nu wolken naar omlaag.

De kano op de auto regent vol
de boterhammen nog in de mand
ik vouw een bootje van het weerbericht
er kunnen zeven bootjes uit een krant.

Ik wou dat het nog gister was
dan zouden we vandaag een dagje weg
de bootjes laat ik varen in een plas
ze zijn al heel de ochtend onderweg.

(uit: 'Kun je zien wat je voelt)
 
Johanna Kruit



Gerucht

Van oudsher geldt Oudshoorn als een verzameling
gehuchten met een onverzettelijk karakter
en woeste weerstand tegen ruilverkaveling
of herindeling. Nooit ook maar een zweem van zwakte.

De dwarse houding der doorsnee Oudshoornenaars
dreef sedert mensmemorie menige regering
van de gemeente tot wanhoop en ander naars,
zoals een intellectuele nivellering.

Ene magistraat, die anoniem wil blijven, maakt
gewag van een klimaat van driedracht en van veten
dat niet besproken worden mag, hetgeen hij laakt.
Gedoe gedraagt zich taai, ook bij niet willen weten.

Maar somtijds zwijgt door het Oudshoornse een gerucht.
Zij delen een geducht geheim uit het verleden,
die van Oudshoorn – dan trekt de onmin uit de lucht.
't Is als de Oudse Hoorn verzinkt in anti-zeden.

Leo van der Sterren



Kleine dingen

De geur van oude boeken,
kromgetrokken ruggen,
uitgelezen en vergeeld,

bruin omrande pagina's
gekaft en opgebaard in
een stoffig antiquariaat,

waar de vergane glorie
der eruditie zich in
kleine dingen openbaart;

een kruimel tabak, een
vloeitje, een haar, een
ezelsoor met lippenstift.

Jan Holtman




Het landschap staat in mij geschreven
(naar Ida Gerhardt)

Ik wandel langs het leven heen
verzacht van aard, maar nooit verlost
van het verleden, want hoe bemost
een steen ook is, het blijft een steen

zo staat het hier in mij geschreven
met ouder worden zelfs gegrift
de duinen, zand, de zee, de drift
die overging, in overleven

in vasthouden aan wie jij was
voor mij dan toch, en aan de sporen
die jij voor mij hier in een mist
van twijfels liet, met elke pas

met elke stap word jij herboren
met elke golf weer uitgewist.

(tweede prijs driejaarlijkse Rinke Tolman poëziewedstrijd 2008)

Bert Deben

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19:36 Gepost door François in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |