01-02-10

SELECTIE POEZIE JAARGANG 2008

 
 
Blijf nog even

Het moet inkrimpen.
Nauwelijks zichtbaar zijn.
Het kleinste is wat men interesseert.

Men is groot. Men is niemand
met de stem van iedereen.

Het minuscule is wat blijft.
En blijft ontsnappen.
Druppels kwik die uiteenspatten.

Het minuscule blijft als het misschien.
'Wat blijft stichten de dichters,'
zei Hölderlin.

Jannah Loontjens



Volstaan

Dit onthouden:
de melkkleur van haar enkels
verheven boven schuin gesleten
hakken, de krul rond haar scheve mond.

Dit onthouden is vlees, dit zicht
de binnenkant van tijd waarin ik
haar in mij herhaal:

haar hooggehouden nek, haar kleine hand
die jankend het wiel van de Singer joeg.
De sneeuw van haar rug, blootgegeven
door de scherp gesneden snit van haar
japon. Haar bleke krullen op vrijdag gezet.

Ik vertaal mijn blik in wat achterwaarts ligt;
dit schap bijdetijdse muiltjes,
kleine dingen zijn het,
dit rek met zomerjurken;

en ze staat op

haar huid glad als de dichtgevroren
sloot achter ons huis, haar tred licht
over de dichte vijvers in mijn hoofd.

Ze lacht, o kijk, ze lacht.

Om de dooie dood een traan.
Een intercom meldt tasjesdieven.
Iemand stoot mij aan.

Dit volstaat. Het daagt. Het is tijd.
Ik moet gaan.

Margreet Schouwenaar
Stadsdichter Alkmaar



Dierlijk (26 augustus 1997)

Ik voelde mij zo dierlijk, liefste,
Gisteren,

Toen we lijf op lijf
Terug de hemel probeerden te scheppen

Jij wou, en de zacht spinnende kat in jou
Kromde alleen mijn tijgerklauwen

Er was geen licht achter mijn ogen
Liever wou ik een tweezang van woorden

Mijn staal op jouw staal
Mijn woord dat jij pareert

En het zwaard dat in de zon
Blinkend opveert

Annelies Goemans



Het huis dat we zijn

Wat dagen, gespleten, eens
geworteld in magere jaren,
door twijfel gevoed,
sprokkelen wij. Schaven wat

rest, smalle latten bijeen in lint
van herinneringen, het vergane
vervangen tot maakbare hut,

waarin we schuilgaan. We verzachten,
schuren, strelen met tastende hand
en gronden, dat berustend zinkt.

Dit kleuren we in. Egyptisch blauw
bijvoorbeeld, waaronder niets
verradende ogen winnen aan glans.

Het is de kleur waaraan wij hechten,
zo krijgt alles glans,
zelfs de weemoed.

Catharina Boer



Regen

De lucht raakt maar niet leeg
er groeien plassen in de straat
waar eerst nog zonlicht was
komen nu wolken naar omlaag.

De kano op de auto regent vol
de boterhammen nog in de mand
ik vouw een bootje van het weerbericht
er kunnen zeven bootjes uit een krant.

Ik wou dat het nog gister was
dan zouden we vandaag een dagje weg
de bootjes laat ik varen in een plas
ze zijn al heel de ochtend onderweg.

(uit: 'Kun je zien wat je voelt)
 
Johanna Kruit



Gerucht

Van oudsher geldt Oudshoorn als een verzameling
gehuchten met een onverzettelijk karakter
en woeste weerstand tegen ruilverkaveling
of herindeling. Nooit ook maar een zweem van zwakte.

De dwarse houding der doorsnee Oudshoornenaars
dreef sedert mensmemorie menige regering
van de gemeente tot wanhoop en ander naars,
zoals een intellectuele nivellering.

Ene magistraat, die anoniem wil blijven, maakt
gewag van een klimaat van driedracht en van veten
dat niet besproken worden mag, hetgeen hij laakt.
Gedoe gedraagt zich taai, ook bij niet willen weten.

Maar somtijds zwijgt door het Oudshoornse een gerucht.
Zij delen een geducht geheim uit het verleden,
die van Oudshoorn – dan trekt de onmin uit de lucht.
't Is als de Oudse Hoorn verzinkt in anti-zeden.

Leo van der Sterren



Kleine dingen

De geur van oude boeken,
kromgetrokken ruggen,
uitgelezen en vergeeld,

bruin omrande pagina's
gekaft en opgebaard in
een stoffig antiquariaat,

waar de vergane glorie
der eruditie zich in
kleine dingen openbaart;

een kruimel tabak, een
vloeitje, een haar, een
ezelsoor met lippenstift.

Jan Holtman




Het landschap staat in mij geschreven
(naar Ida Gerhardt)

Ik wandel langs het leven heen
verzacht van aard, maar nooit verlost
van het verleden, want hoe bemost
een steen ook is, het blijft een steen

zo staat het hier in mij geschreven
met ouder worden zelfs gegrift
de duinen, zand, de zee, de drift
die overging, in overleven

in vasthouden aan wie jij was
voor mij dan toch, en aan de sporen
die jij voor mij hier in een mist
van twijfels liet, met elke pas

met elke stap word jij herboren
met elke golf weer uitgewist.

(tweede prijs driejaarlijkse Rinke Tolman poëziewedstrijd 2008)

Bert Deben

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19:36 Gepost door François in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.