19-11-10

Schoon Schip nr 4 / 2010

 

Kortverhalen van Joris Denoo, François Vermeulen, Hans Kilian, Pauline van der Lans, Achilles Cools.

Gedichten van Jan Visser, Jan Vissers, Jan Holtman, Laura van Meijeren, Jacqueline Beaugé-Rosier (vertaling Christina Guirlande), Gerrit Pleiter, Harry M.P. Van de Vijfeijke, Johan van den Berg, Geert Loman, H. Tersted, Mark Meekers, Floor Deroo, Frans H. Venema.

Geschiedkundig werk van Raymond ten Berge, de nieuwe rubriek Wassily's frisbee onder de vleugels van Margrethe Venema (later meer daarover), Alfred Krans over de Italiaans-joodse schrijver Giorgio Bassani, Henk Plenter anekdotisch over goede wil (en onwil?), toevalligheden (of niet) en het tot stand komen van het standbeeld van Multatuli.

Beeldende kunst: Ellen de Jong over Yvonne Visser, Ad Breedveld over tatoeages

 

 Twee reisimpressies van Annmarie Sauer die eerder in het gedrukte tijdschrift verschenen:

 

Kigali

 Weer Afrika, nu niet meer mijn jonger zelf. Schoonheid en kracht slijten stilaan. Ongemakkelijke nachtvluchten leiden tot pijn. Overstappen in Nairobi: duwen en dringen, het rumoer, de kleur en geur van een drukke marktdag op de luchthaven. Gebedsplaatsen voor wie verlossing of inkeer nodig heeft, anderen slapen op de grond in de gang. Vrouwen zitten er met fleurige dekens – trots en mooi in hun aanvaarde vermoeidheid, privé in de openbare ruimte. Opschriften in talen en alfabetten die ik niet ken. Zo word ik ontheemd, onthecht. Zo ontstaat de andere blik, de reflectie van wijsheid in de ogen van een ander.

Kigali, een stad van één miljoen inwoners waarvan er net als president Paul Kagame vijfhonderdduizend uit ballingschap terugkeerden. Op dertien jaar tijd staan het Frans en het Engels als voertaal plots op gelijke voet.

De ‘Mille Collines’, groen gevlekt zijn ze, uitbundig groen van maïs en maniok, maar zonder reusachtige bomen van tropisch hardhout. Het paradijselijke land is volgebouwd en die bouwsels gedekt, verstopt achter, onder bananenbomen. Dat is Kigali de hoofdstad die geen stad is en waarvan ik het centrum maar niet kan vinden. Treurige wolken en tropische regenbuien over de duizend heuvels van Rwanda in ‘la petite saison de pluie’, waarin alles in een kleine melancholie lijkt gedrenkt. De grote regens beginnen in april, net als de diepe weemoed van dit land op 7 april in 1994 toen de genocide begon. Een jonge man op krukken heeft maar één been. Verloor hij het in de hondsdolle honderd dagen van meer dan één miljoen doden? Een oude man loopt over een veldje met een oude, veel gebruikte machete, waarvoor gebruikt door welke hand, werktuig of wapen, of door iemand bebloed achtergelaten en toch maar gebruikt? Overal in ieders hand, jongens, mannen, vrouwen. Huiver en ontzetting sluipen door dit land van ‘Radio Mille Collines’ en ‘Hotel Rwanda’. Ik ben ‘la belle vieille’ en heb het geluk te leven ondanks dat ik de zevenenveertig allang voorbij ben. Vijf jaar geleden werden vrouwen hier nauwelijks achtendertig jaar.

Vogels veelkleurig en kinderen met kleren gebruind door aarde en groen, zoveel groen ondanks het feit dat elke bult, elke hoop op elke heuvel samenvloeiend tot golvende heuvels, toch helemaal is volgebouwd. De veldjes putten zich uit in verdigris tot eucalyptus en bananengroen in de vruchtbare rode aarde. Een oude vrouw voor haar huis kijkt ons aan met een machete naar ons gericht. Waar staat ze voor? Is haar aarde rood van bloed en geeft zij onze westerse huid de schuld aan vooroordeel en gebrek aan inzicht, aan niet ingrijpen? Leerden wij hen machtshonger, arrogantie en hebzucht die tot geweersalvo’s leidden en het druipend bloed?

Het is een mooi land: giraffen en zebra’s, weefvogels, gapende nijlpaarden... Ik heb het allemaal gezien – maar het hart van deze stad blijft onvindbaar. Er heerst officieel optimisme, maar de taxichauffeurs zijn ingekeerd en zwijgzaam. Zou ik kunnen logeren in ‘Hotel Mille Collines’ waar het ene leven werd gered en het andere niet, zomaar. Ik denk aan de kinderen die tussen januari en maart werden geboren in 1995, in wanhoop, uit liefde of verkrachting verwekt, opnieuw en opnieuw. Wat een levenslast.

Ja, ja het land is paradijselijk mooi, liefelijk, terughoudend, vriendelijk. Je kan er aan toerisme doen als je wil. Maar vermijdt dan ‘les saisons de pluie’. Hun gebroken wolken breken je hart. De lagen van mogelijke betekenis laten je niet los in deze achteloze toevalligheid van leven, waarin niemand zoveel heeft dat hij niets nodig heeft en niemand zo arm dat hij niets te geven heeft en waar vooral niemand onkwetsbaar is.

 

 

Marseille

Er is geen betere manier om door Europa te reizen dan met de trein. Het eerste stuk is het lastigst: om naar Brussel te gaan neem ik altijd extra reserve om de verbinding zeker niet te missen. In Brussel vertrek je om 9 uur 25 en om vijf over drie kom je Marseille binnen gereden nadat je heel Frankrijk van noord naar zuid doorkruiste. De velden die voorbij glijden herinneren mij eraan dat Frankrijk nog steeds de grootste landbouwproducent is van Europa. Hoe verder naar het zuiden, des te mooier, ronder en kronkelend wordt het landschap. Marseille is een stad aan de zee, een wonderbaarlijke stad met zeilboten van één tot drie masten, katamaranen en jachten. Er zijn meer dan 3700 ligplaatsen voor de pleziervaart en ontelbare kleine sloepjes, die pointu worden genoemd, om in het eigen levensonderhoud te voorzien. Elke ochtend is er een kleine vismarkt op de kade waar de vissers de vangst van de vorige nacht aanbieden. Ik herken, makreel, dorade, inktvis en calamares. De ansjovis is zo zeldzaam dit jaar dat de vissers beslisten er niet meer op te vissen uit vrees dat dit zo gegeerde product uit de zee zou verdwijnen.

De stad rond het water is heuvelachtig en op elke grotere heuvel werd een kerk gebouwd. De stad staat onder de bescherming van “De goede Moeder van de Zee”, La Bonne Mère, wiens gouden standbeeld ’s nachts verlicht is; je ziet het kilometers ver. Er zijn een paar super welvarende, stinkend rijke buurten, maar veruit interessanter zijn de oude volksbuurten waar de arbeiders en arbeidsters wonen. Er is een grote vraag naar appartementen met een uitzicht en die worden aan familie of vrienden doorgegeven als iemand om één of andere reden zo’n magische plek verlaat.

De dag dat ik dit schrijf, is de staking van het openbaar vervoer aan zijn zestiende dag. Iedereen wandelt dus overal naar toe. Uit angst voor de files laten de meeste mensen hun auto gewoon thuis. Dit verleent de stad een vredig, langzaam ritme, in het late warme oktoberlicht. De kleine straatjes voorbij de Rue de Rome verrassen, voeren je naar een ander niveau, een ander continent. Dit is Noord-Afrika. Het is niet nodig de grote hoge veerboot te nemen die in het dok ligt, achter de versterkte kerk St. Jean, om vandaar naar Algerije te vertrekken en een soek op te zoeken en de geuren te leren kennen van deze verweg kruiden. Je vindt het hier allemaal. Ik kocht verschillende soorten Rash el Haroun kruiden, de hele kruiden mengeling nodig voor een perfecte couscous. Je ziet kaneel, komijn, karwij, kardemom, koriander, vurige peper en munt en zoveel andere kruiden zonder naam die allemaal nog moeten fijngemaakt worden met stamper en vijzel. De mensen zijn open en vriendelijk, bereid te praten, te helpen als je in de steegje verdwaalt of niet weet waarvoor welke specerijen dienen. Het is Ramadan. Niet moslim, heb ik ontbeten en geluncht. De mensen die hier werken, draven en dragen mogen niet eten, roken, de liefde bedrijven tussen zonsopgang en zonsondergang. Zij mogen niet drinken en zelfs hun speeksel niet inslikken; daarom zie je hen soms spuwen. Dat is knap lastig, vooral met het zware werk zonder eten. Tegelijk is het een vreedzaam feestelijke periode.

Marseille heeft meer dan 16 kilometer kustlijn. In het oude stadscentrum is de zee werkelijk aanwezig, nodigt je uit langs het water te wandelen. De zee en de mensen die naar haar staan te kijken of in grote stappen haar diep inademen zijn totaal onbewust van mijn aanwezigheid. De man in het blauwe pak, dat in de wind om hem heen fladdert, staart hard – zie ik verlangen naar de overkant, naar Afrika? Een jonge zwarte man oefent op zijn harmonica, dezelfde korte frase, steeds opnieuw tot hij het juiste timbre en toon gevonden heeft. Mensen vissen op alles wat eetbaar is en wil bijten. Er is geen visvergunning nodig om in de stad te vissen. Oude vrouwen zuigen de laatste herfstzon op en andere lezen. Twee mensen in een skiff roeien tegen de wind. Waar het getij en de wind botsen is het water verstoord.

Het voedsel in deze Levantijnse stad is zinnelijk: verse vis, Tajines, lamstoverij gloedheet in mooi aardewerk rijk en rond in de mond, of groenten gesmoord in warme geuren. De salades hebben een volle smaak en de juiste tekstuur van levend voedsel: kraakverse blaadjes, vaste rijpe tomaten en natuurlijk zijn er de desserten van het Midden-Oosten: engelenhaar druipend van honing, gebak gevuld met amandel pasta, anijs, pistachios, kaneel...

Natuurlijk kan je kiezen voor een tijdreis en museums bezoeken zoals het recent gerestaureerde La Vieille Charité. Je kan struinen langs de Canebière, genoemd naar de zware hennep meertouwen die daar gemaakt werden. Je kan kastelen en kerken bezoeken en als de openbaar vervoer staking ooit over is, kan je met de bus naar wondermooie openbare stranden of de veerboot nemen naar nabijgelegen eilanden. La Calanque is de steile kalkstenen kustlijn die in Noorwegen fjorden worden genoemd en hier bekend staan als vallons: kleine inhammen waarin een paar vissersbootjes aangemeerd liggen en cabanes, optrekjes die zonder rijm of reden of regelgeving her en der gebouwd werden in een liefelijke chaos die mijn hart beroert terwijl de geur van de zee, de witte rotsen en het geluid van de branding dit alles omkadert.

Is dit het paradijs? Bijna. Als er gestaakt wordt, is er een reden waarom mensen ontevreden zijn: het openbaar vervoer wil men gaan privatiseren waardoor zeer velen hun hardnodige job verliezen. Er is ook een probleem met een verbrandingsoven die gepland wordt en die zonder enige twijfel 8% meer kankergevallen zal opleveren door de vervuilde verbrandingsgassen.

Amerikanen hebben een speciale band met Marseille. De oude, grandioze appartementsgebouwen uit de XVIII de eeuw, ontworpen door Haussman die ook instond voor de urbanisatieplannen van Parijs, werden opgekocht door een Amerikaans pensioenfonds en worden in hun oude glorie hersteld. Dat is op zich uitstekend maar verandert wel de bewoning van buurt. Het centrum was een volkswijk met mensen met lage inkomens die nu zullen moeten verhuizen omdat de huur van de vernieuwde appartementen voor hen te hoog is. De yuppificatie is begonnen. Dit zou het sociale weefsel van de stad waar buren elkaar nu nog kennen en uit de nood helpen, kunnen beschadigen. Bovendien is er een indiaanse connectie: Charging Elk, deelnemer aan de Buffalo Bill show werd hier vreselijk ziek. Je kan het verhaal nalezen in The Heartsong of Charging Elk door James Welch en dan kan je het Marseille uit de vorige eeuw ontdekken door de ogen van iemand die geïsoleerd is en verbaasd over wat hij ziet.

Had ik een prettig verlof? Nee hoor, ik werkte er een week en had het geluk dat ik werd uitgenodigd door een vriendin en collega om te logeren in haar knusse appartement met uitzicht op de meeuwen die dansen op de wind boven de zeilboten in de haven en op de verlichte Bonne Mère. Wat ik zag en beleefde was op weg van en naar het werk. Deze stad verbergt nog vele geheimen, we zijn al vrienden, maar echte intimiteit daarvoor is meer tijd nodig.

In het Arabisch: Chukran, thanks for small graces

 

Annmarie Sauer werd geboren in de Verenigde Staten en groeide op in Europa. Ze voelt zich een nomade. Ze reist veel, en verblijft al sinds 1991 jaarlijks minstens tien weken in Chloride, Arizona. Maar ook bestemmingen waar ze nooit eerder was zoekt ze graag op. Gedichten van haar hand verschenen in verschillende bloemlezingen en literaire tijdschriften. Bij Ampersand & Tilde verscheen Met rode inkt,  een bloemlezing uit poëzie van Noord-Amerikaanse indianen.

19:54 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |