19-05-11

SCHOON SCHIP NR 2 / 2011

cover nr2.jpg.jpg

inhoud nr2.pdf

 

Gorcumse literatuurprijs20102011.pdf

 

Poëzie, selectie uit jaargang 2009

 

Nazomer
 
Vanochtend stond ik alweer
bij het koperkleurig graan,
halmen wiegden droefgeestig
in de regen, een hond blafte
naar de bliksem in de verte.

 
Het enige verschil met eeuwen geleden
is het voorbijrazen van een trein
door de stilte van de waddenkust.
 
De zomer is opgegaan aan
kleine gebeurtenissen, intermezzo's,
vogelnesten, ontbijt in de tuin,
wat gereis heen en weer.
 
Ik vond nog een spoor terug
naar het verleden dat als een stroompje
onderin een dal voortkabbelt,
soms springen kleine vissen omhoog.
 
Af en toe stond ik deze zomer
als een verdwaalde op de rooilijn
van de tijd om me heen te kijken,
of ik nog iets of iemand zag
of dat iemand mij zou zien.
 
Hannie Rouweler
 
(uit 'In de branding van de dag')
 
 
 
Onderaards vertier
(lijn vier R'dam)
 
I
Ik sta,
vind houvast
aan een paal
en lees de instructies
op een deur die
toegang geeft
aan onbevoegden
 
24 zitplaatsen,
een ijsco met
een streep erdoor.
 
II
Hoofddoek, hoofddoek,
student, junk, hoofddoek,
havenarbeider, concertganger,
hoofddoek, hoofddoek,
Surinamer, Surinamer met kind,
Pakistaan, Chinees, Japanner,
hoer, havenarbeider, pooier, nicht,
een straatmuzikant en een oud wijf
 
en niemand at ijs.
 
Jan Holtman
 
 
 
In de schemering
vallen de schaduwen weg
onder de mensen.
 
**
 
Zo in de regen
is de rivier oeverloos:
slechts pletsend water.
 
**
 
Een pen op papier
om een lijn uit te zetten
in een wit landschap.
 
Hans Kilian
 
 
 
Kerk van Sao Jorge
 
Vanuit de stille strobistro
kijk ik langs de dorpskerk
naar omhoog.
De portalen treffen mij,
de tijdloosheid kaal,
zo zuiver afgestemd,
steun voor elkaar.
 
De palmen op het plein daarvoor,
ze staan daar en ze zwaaien maar.
 
Ik zit tusssen bloemen
aan een stalen tafelblad.
Roer uiterst stil mijn koffie.
Qua beweging is het dat.
 
Harry M.P. van de Vijfeijke
 
 
Aan een dichter
 
Je blijft niet. Van wat je opschreef
rest soms een vogelresumé,
een oproep om meer natuur.
Je orakelde als door een vuur ontstoken,
een felle wind ontvouwde
je dunne vlindervleugels.
 
Er blijft niets over van je taal
die onderduikt en wegzinkt
in het zand.
In jouw plaats nog slechts gekras,
triomfkreet van de kraaien,
eentonig galmt het over de velden
waar de stormen razen.
 
Francis De Preter
 
 
 
Tijdmeting
 
De wolken zullen nog scheuren moeten
en wij daarachter fonkelen als sterren
voor we verbrozen in een ballroom
op de teloorgang van de tango
 
we zullen ons nog een bestaanszin toedichten
onze ouders meedragen, hun huizen ruimen
kinderen ontsluiten uit ons hijgen en leren
leeg en ontdaan te zijn in zomers
 
wie we liefhebben nu, staan dan ingelijst
of sluimeren in de geheimen van zolders
op hun graven zullen we eenmaal omzien
en andermaal ons een roes indrinken
 
Dit alles zal in een tijdsspanne zijn
die almaar zich verengt
 
Job Degenaar
 
(uit 'Huisbroei', Thomas Rap, Amsterdam)
 
 
 
Vertroosting der dingen
 
Pen penseel palet
met werktuigen leeft het leven
en dan dat laatste rood
het kleinste penseel
minuten
voor de vunzige vale dood
 
voor de kleuren
grijs voor de polderlucht
wit voor duiven op de vlucht
smaragdgroen voor boom en bos
vermiljoen, karmozijn, scharlaken
voor lust, verlangen, blos en
het wemelend vuur
Napels geel voor de trui die 'k droeg
en blauw
voor 't waterig gemoed
Sienna, oker, verbrande aarde
voor woestijn en zand
 
en dan de geur van verf
& terpentijn
ik heb me aan al dat
verbrand
 
zo schrijf ik
met verschroeide hand
 
Annmarie Sauer
 
 
 
Winternamiddag
 
Het stille water van de winter is
dun als gedachten kunnen zijn. Ik loop
de sloten langs. Bedenk hoe groot
geluk kan zijn als je je niet vergist
 
in tijd. Zo wijd het oude achterland
dat ik vertrouw. Tot plotseling een
verre reiger traag en dreigend daalt.
Later staat hij uitgeknipt tegen de
 
hemel en blijft in mijn gedachten staan.
Maar ook ineens ikzelf over nog twintig
jaar. Tientallen beelden schuiven in elkaar
en weer uiteen. Ik loop ontdaan
 
de polders door. Thuis vouw ik mijn verdriet
zo klein ik kan. Jij lacht en weet het niet.
 
Johanna Kruit
 
(Uit 'Voorheen te Orisande', Thomas Rap, Amsterdam)
 
 
 
De hypocrieten van de nacht
 
Overdag gedragen zij zich als de IJsheiligen zelf:
Zij verkopen vanille en framboos
aan scholieren met reeds valse gebitten
(een veel voorkomend gevolg van het werkelijkheidsonderricht).
 
Soms stoppen zij een splinter glas in een ijsje
om het spannend te houden.
Zij lachen met louter o's.
 
Badkamers schilderen zij schimmelgroen
en hun blote voeten verven zij in het karmijnrood
van boutique Vénérique.
 
Maar 's avonds voor de spiegel
kalft hun biggenglimlach af.
Wanneer zij zichzelf in tabbaard toelachen
worden zij soms een beetje ongerust.
 
Kristiaan Geerts

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11:21 Gepost door François | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |